Duurzame mobiliteit: de oplossing hangt in de lucht

De behoefte aan mobiliteit neemt toe. De ruimte op ons wegennet is schaars en we hebben de ambitie om naar een duurzamere en gezondere leefomgeving te gaan. De oplossing hangt in de lucht, letterlijk. Drones vormen, misschien al op korte termijn, een alternatief voor vervoer over de weg.

Tekst Manon van Ketwich

Anderhalf jaar voorbereiding vergde het. Een dronevlucht van Oranjewoud naar Kopenhagen. De reis duurde 5 dagen. Die investering, in tijd en geld, gaat ons veel opleveren, als je het Roel Brandt van Antea Group vraagt. Hij was een van de betrokkenen bij deze dronevlucht. “Het was een avontuur, zowel in de voorbereiding als tijdens de vlucht. En als de drone dan landt geeft dat echt een heel trots gevoel”, klinkt het enthousiast. Het team van Antea Group en samenwerkingspartner DroneQ staken bewust veel tijd in de voorbereiding van de dronevlucht. “We wilden de toekomst naar vandaag halen”, stelt Brandt. Die toekomst is niet eens zo heel ver weg. “Over niet al te lange tijd zullen we drones gaan inzetten voor monitoring, bijvoorbeeld langs elektriciteitstracés of voor oeverinspectie. Dat gebeurt nu nog met vervoer over de grond of met helikopters.” Op iets langere termijn denkt Brandt dat drones een rol kunnen gaan spelen bij calamiteiten. “Momenteel wordt gewerkt aan een landelijk dekkend netwerk voor dit soort vluchten. Bij de vlucht naar Kopenhagen was de drone constant in het zicht van een piloot of een waarnemer in verbinding met de piloot, we gaan de stap maken dat dat niet meer het geval is en dat de drone buiten het zicht van de piloot is.”

“Uiteraard moeten drones echt een verantwoorde en veilige toevoeging zijn. Bovendien moet het iets vervangen, we hebben geen behoefte aan extra mobiliteit.”

Minder menselijke inmenging

Misschien volgend jaar al zullen de eerste pakketjes worden bezorgd door drones, denkt Brandt. “Het zal in eerste instantie gaan om medische transporten. Over een aantal jaar zullen ook particuliere pakketjes door drones bezorgd kunnen gaan worden. Ik denk niet dat die drones echt bij je in de tuin zullen komen. Ik geloof eerder dat drones pakketten naar een hub transporteert, vanuit waar ze door de mensen opgehaald worden.” Op die manier worden drones een alternatief voor (vracht)vervoer over de weg. “Een drone vliegt natuurlijk een rechte lijn door de lucht. Dat is deels de reden dat een drone een goedkoper alternatief gaat worden. Dat en het feit dat er op termijn minder menselijke inmenging nodig zal zijn, omdat een drone automatisch van A naar B vliegt. Een operator bestuurt dan op afstand meerdere drones. Uiteraard moet dit doorontwikkeld worden. De vlucht naar Kopenhagen helpt ons daar enorm bij.”

The Jetsons

Nu misschien nog onvoorstelbaar, maar zeker geen ondenkbare stap is dat drones mensen gaan vervoeren. “Urban Air Mobility, zoals we dat noemen, is denk ik over tien jaar al mogelijk en over een jaar of 15 gemeengoed.” Overigens is het waarschijnlijk niet zo dat de hele lucht gevuld zal zijn met kleine vliegtuigjes, zoals in de tekenfilm The Jetsons. “Drones zullen bepaalde routes gaan vliegen. Te denken valt bijvoorbeeld aan de route tussen het havengebied in Rotterdam en Schiphol. Mensen die in Rotterdam aankomen en vanuit daar weer naar een andere plek op de wereld moeten gaan.”

Om vervoer door de lucht in goede banen te leiden zijn nieuwe regels en wetgeving nodig. “Voor mij als verkeerskundige is dat heel interessant”, stelt Brandt. “Het is een heel nieuwe vorm van mobiliteit en een mix van vervoer door de lucht en op de grond. Een weg zoals we die nu kennen blijft zoals- ie is. In de lucht moeten we dat nog allemaal gaan uitvinden. De stichting Dutch Drone Delta, die Antea Group mede oprichtte, werkt aan de realisatie van Urban Air Mobility en onderzoekt onder meer dit soort vraagstukken. Vanwege de brede impact op de leefomgeving doet een breed scala aan organisaties mee in de stichting, waaronder Transavia en Luchtverkeersleiding Nederland. Want ondanks dat drones niet op grote hoogte vliegen is de invloed op luchtverkeer groot, weet Brandt. De overheid is uiteindelijk aan zet om beleid, wet- en regelgeving te ontwikkelen. Daarom zijn ook Rijkswaterstaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en gemeente Amsterdam en Enschede partner van Dutch Drone Delta.

Voor de nodige kennis spelen onderwijsinstellingen in op de huidige ontwikkelingen. Zo besteedt TU Delft aandacht aan het onderwerp en biedt ROC Amsterdam de opleiding Drone Engineering & Operations aan.

“Urban Air Mobility is denk ik over tien jaar al mogelijk en over een jaar of 15 gemeengoed.”

Geluid en ecologie

Kortom, drones zitten in de lift. Zoals met alle nieuwe ontwikkelingen hebben ook drones impact op de leefomgeving. Volgens Brandt is daar veel aandacht voor. “Ecologie echt een aandachtspunt, de impact van drones op dieren en natuurgebieden. Verder kijken we naar geluids- en zichthinder. Voor het geluid hebben we testvluchten gedaan over het IJ in Amsterdam. We hebben met verschillende drones gevlogen die elk een ander geluid op een andere frequentie maken. Dat maakt veel verschil voor de hinderbeleving. Bij de vlucht naar Kopenhagen hoorden de mensen op de grond de drone nauwelijks vliegen. Bij het opstijgen en landen was dat een ander verhaal, dan maakt het apparaat meer lawaai. Uiteraard is hier nog veel ontwikkeling in mogelijk. In vergelijking met een fiets of een auto is dit een relatief nieuwe techniek. Alle kennis die we uit bestaande mobiliteit hebben kunnen we hierbij gebruiken.”

Volgens Brandt kunnen drones een wezenlijke rol gaan spelen in de duurzame mobiliteit van de toekomst. “Het heeft tijd nodig. Uiteraard moet het echt een verantwoorde en veilige toevoeging zijn. Bovendien moet het iets vervangen, we hebben geen behoefte aan extra mobiliteit. Ik denk dat het meer gaat betekenen dan zelfrijdend vervoer. Voor dat onderwerp is heel veel aandacht. Dat is terecht en ook heel goed. Maar ik zie eerder drones deel uitmaken van dagelijkse mobiliteit dan zelfrijdende auto’s. En het is supergaaf om daar bij te zijn.”