Gemeente Wierden met routekaart op weg naar integrale natuurinclusieve aanpak

Gemeente Wierden, een plattelandsgemeente ten westen van Almelo met een groot buitengebied, heeft een duidelijke ambitie op het gebied van vergroening. Maar hoe leidt een groene stip op de horizon tot concrete plannen? In samenwerking met Natuur voor Elkaar en het Oversticht werd een routekaart ontwikkeld, die versnipperd beleid bundelt.

Tekst Manon van Ketwich

Gerard Sluiskes en Jan ten Tije zijn beiden beleidsadviseur landelijk gebied, natuur en landschap bij de gemeente Wierden. Ze houden zich onder meer bezig met het opstellen van de Omgevingsvisie, maar ook met de verbinding tussen natuur en landbouw en de ontwikkeling en implementatie van soortenmanagementplannen: "De gemeente heeft een toekomstvisie opgesteld, met daarin echt een groene stip op de horizon", vertelt Ten Tije. “Deze ambitie richt zich op het landelijk gebied, maar ook heel duidelijk op de kernen, om te vergroenen enerzijds vanwege klimaatverandering en hittestress, en anderzijds om de openbare ruimte toegankelijker te maken voor gezondheid en ontmoeting.”

Sceptische houding

Het beleid rond natuurinclusief bouwen was tot nu toe vrij versnipperd. Op een netwerkbijeenkomst van Natuur voor Elkaar ontstond het idee om dit beter te bestendigen. “Het Oversticht kwam met het idee voor een routekaart, als manier om kennis over natuurinclusief bouwen bij elkaar te brengen.” Een ambitie die Ten Tije en Sluiskes zelf in eerste instantie nog niet zo voelden, maar waar ze in gesprekken met het Oversticht gaandeweg steeds enthousiaster over raakten. Ten Tije: “Ik had eerst wel zoiets van: een routekaart, moet dat nou. Het stond bij ons, ook door tijdgebrek, niet heel hoog op de agenda.” Het aanbod van de provincie om te helpen door de uren van het Oversticht te vergoeden was uiteindelijk doorslaggevend om het project toch op te starten.

Het proces startte in het voorjaar van 2025 met twee werksessies, vertelt Sluiskes Begonnen werd met inzicht krijgen in wat de gemeente al doet op het gebied van natuurinclusief bouwen, maar ook om erachter te komen welke kennis nog ontbreekt. Een cruciaal neveneffect, de bijvangst die gaandeweg ontstond, was de interne kennisdeling. "Dat collega's elkaar hebben gesproken en geïnspireerd over het onderwerp. Ze hebben elkaar kunnen informeren over wat we al doen en uiteindelijk kan dat als een soort vliegwiel werken, ook voor andere onderwerpen.”

Natuurinclusief is van iedereen

Deze gesprekken zorgen ervoor dat collega's over de grenzen van hun eigen projecten heen kijken en opgaven met elkaar proberen te koppelen. De ontwikkeling van de routekaart heeft bovendien bijgedragen aan de bewustwording dat natuurinclusiviteit een onderwerp is van iedereen, en niet alleen van Sluiskes en Ten Tije. “Van natuurinclusiviteit werd nog wel eens gedacht ‘Dat is van Jan en Gerard’. Maar het is niet alleen van Jan en Gerard, het is van iedereen”, vindt Ten Tije.

De werksessies boden ook de gelegenheid om kennis van buitenaf in te brengen, wat zorgde voor een verhoging van het kennis- en urgentieniveau. “Bij een kleine gemeente zoals Wierden hebben we helaas geen tijd om ons echt te specialiseren. Dit was voor ons een mooie manier om het kennisniveau te verhogen. In dit geval hebben Anneke Coops en Roel Bosch van het Oversticht echt veel kennis ingebracht. Zij komen natuurlijk overal en ze konden mooie voorbeelden van elders laten zien. Maar ook hebben ze goed de urgentie kunnen aangeven en de verbinding met andere opgaven laten zien. Want natuurinclusief is niet altijd een doel op zich, het kan ook heel goed bijdragen aan opgaven als klimaatadaptatie en het verbeteren van gezondheid.”

Vier pijlers en de uitdagingen in de praktijk

De twee werksessies leidden uiteindelijk tot de ontwikkeling van een rapport met aanbevelingen. Het document, de routekaart, is gestructureerd rond vier pijlers:

1. Vergroten van bestuurlijke en ambtelijke aandacht.

2. Vergroten van kennis- en informatieniveau bij medewerkers.

3. Ontwikkelen van instrumentarium.

4. Ondersteuning in de praktijk.

Sluiskes: “Het idee is dat je het document in het dagelijks werk kunt gebruiken, dat je het er telkens even bij pakt. Daarnaast houden we het thema levend door bijvoorbeeld volgend jaar, als er een nieuwe raad is, een excursie te organiseren.”

“Ik heb de routekaart er zelfs vanmorgen nog weer bij gepakt toen ik een overleg had over subsidiemaatregelen voor isoleren”, vult Ten Tije aan “Want misschien kiezen we er wel voor om alleen subsidie te verlenen als op natuurinclusieve wijze wordt geïsoleerd en anders niet. Dat is eigenlijk een heel kleine actie, die ons instrumentarium gelijk een stukje groener maakt.”

Gevraagd naar waar de routekaart Wierden het meeste impact kan hebben, noemen zowel Sluiskes als Ten Tije de samenwerking met ontwikkelaars. "Dat is wel de grootste uitdaging”, stelt Ten Tije. “Om in projecten, zowel bij herontwikkeling als bij nieuwe bestemmingen, aan de voorkant al piketpaaltjes te zetten voor bijvoorbeeld de hoeveelheid natuur of groene gevels. Dat is nu nog geen standaard praktijk en ook na de introductie van de routekaart is dat nog steeds een uitdaging. Maar dit is wel de eerste stap geweest om bewustwording te krijgen. Een andere uitdaging waar we mee te maken hebben is de voorondersteling dat natuurinclusief bouwen altijd duurder is, zowel in aanschaf als bij het beheer en onderhoud. Van Het Oversticht hebben we geleerd dat dat echt niet altijd zo hoeft te zijn. Het lastige is dat bij natuur en groen de kosten voor de baat uit gaan. Als collectief hebben we er baat bij, maar het kost de ontwikkelaar geld. Dat is nog een zoektocht. In de werksessies die we hebben gehad, leer je mooie combinaties te maken met verschillende opgaven. En over het algemeen gaat het best heel goed”, klinkt het positief.

De kracht van het proces

Vooralsnog is de routekaart nog niet formeel vastgelegd in beleid. Bang dat het document daardoor ongebruikt in de la verdwijnt zijn de twee beleidsadviseurs niet. En bovendien: “Soms is het proces belangrijker dan het product. De uren die wij en de collega’s in dit project hebben gestoken hebben nu al meerwaarde gehad. En een rapport maken zonder draagvlak vind ik minder waard dan draagvlak zonder rapport”, formuleert Ten Tije het wat cryptisch. De ontwikkeling van de routekaart is sowieso niet voor niets geweest, wil hij er maar mee zeggen.

En ondanks de sceptische houding die de heren zelf hadden voorafgaand aan het traject, hebben ze er zeker geen spijt van. Ten Tije: “Je moet iets investeren voordat je iets terugziet en dat terwijl de agenda al vol zit. In ons geval twee keer een halve dag. Maar ook hier geldt dat de kosten voor de baat uitgaan. Andere gemeenten zou ik willen adviseren: doe het nou maar.”

De routekaart mag dan nog niet formeel zijn vastgesteld, de bewustwording is in gang gezet. Wierden laat zien dat je met beperkte tijd en middelen al veel kunt bereiken, zolang je maar begint. Het proces alleen al is waardevol, dus het is nooit voor niets.