Interview

Het Internet of Nature begint bij de bodem

‘Het klinkt misschien raar, maar zie groen als onderdeel van het digitale systeem van de stad.’

Door Reinoud Schaatsbergen


De natuur digitaliseren. Het klinkt gek, maar volgens promovendus Nadine Galle biedt het ontzettend veel voordelen voor zowel de mens als het groen zelf. “We denken over natuur in een traditionele betekenis, maar een stad is een compleet ander ecosysteem. Mensen, dieren en planten leven daar intensief samen. Dat is geen originele leefomgeving en de natuur delft veelal het onderspit. Ik geloof dat er met nieuwe technologieën een betere balans te vinden is.” Hoe? Door data, een prijskaartje en de bodem.


Foto: Nadine Galle, promovendus Ecological Engineering en CEO bij Green City Watch.

Je geeft regelmatig lezingen en interviews over het concept Internet of Nature. Wat houdt dit concept in?

“Ik begin altijd met dit: we leven in een tijdperk van fundamentele verstedelijking waarin we het ecosysteem en de sociale leefwereld opnieuw vorm moeten geven. Natuur is daar onderdeel van. Een grote inspiratie voor mij is de bioloog Menno Schilthuizen van Naturalis en Universiteit Leiden. Hij heeft veel geschreven over het fenomeen Urban Evolution en laat zien dat dieren en planten in de stadsomgeving evolueren tot nieuwe soorten. Dat is de natuur die ons vertelt: ‘Dit is nieuw voor mij, hoe ga ik hiermee om?’ Over die diepgaande ecologische vernieuwing wordt nog te weinig gesproken.”


“Onder de grond zijn biologische communicatienetwerken waarin schimmels interacteren met wortels van bomen om onder andere nutriënten, water en CO2 uit te wisselen. Deze schimmels, de mycorrhiza, zorgen dus voor een gezonde bodem. Wat we nu beseffen, is dat stadsgroen in kleine stukjes is verdeeld en daardoor dit systeem niet in stand wordt gehouden. De mycorrhiza gaan dood, waardoor de bodem verslechtert en bomen sterven. Niet voor niets leeft een gemiddelde boom zeventig tot honderd jaar in zijn traditionele leefomgeving, maar wordt hij slechts zeven jaar oud in de stad.”

“Wij mensen zijn primair biologische wezens. We hebben bewust (maar ook onbewust) de interactie met planten en dieren nodig. We moeten onze leefomgeving dus beter gaan inrichten. Gelukkig bieden de nieuwe technologieën ontzettend veel kansen. Vandaag de dag kunnen we tot op detail meten, monitoren, indexeren en algoritmes gebruiken om snel en consistent inzichten te verwerven. Dit kan ons helpen, vooral ook voor het beheer van ons ecosysteem.”


“Het concept Internet of Nature is hieruit geboren, gekoppeld aan de technologische trend die heerst in (grote) steden. Het idee bij Internet of Nature is dat alle stukjes groen en alle dieren een digitale representatie krijgen, zowel publiek als privé groen. Zo kun je in real-time inzien wat er met het groen gebeurt en hoe gezond het is, maar ook de menselijk interactie wordt zo vormgegeven. Planten en dieren leven in dezelfde buurten en parken en mensen hechten waarde aan de interactie. Dat begint met weten wat er om je heen gebeurt en of het er goed bijstaat of niet. Uiteindelijk groeit de waardering, het positieve bewustzijn ervan en daarmee de wil en het initiatief de zaken op orde te houden.”

Dat klinkt als een fikse opgave. Hoe ziet dat er in de praktijk uit?

“Die dingen gebeuren nu al, bijvoorbeeld door bodemvochtsensoren. In de zomer van 2018 heeft Limburg met die informatie bijna alle bomen levend kunnen houden, doordat ze precies konden zien waar water nodig was. Een stap verder is het meten van de ‘groenwaardering’. Er lopen zoveel mensen door de stad, ieder met een mening, die ze veelal ook op internet delen. Sociale media als Facebook, Instagram en Twitter zijn bronnen van informatie die in een dashboard verzameld kunnen worden om te zien wat er van je stadsgroen gevonden wordt. Zowel het officiële parkgroen als een ‘like’ met een foto van een particulier of buurtinitiatief. Dat zijn kansen die voor het oprapen liggen om mensen veel bewuster te laten interacteren met hun ‘stadsbos’.”


“Take nature online. Het klinkt misschien raar, maar zie groen als onderdeel van het digitale systeem van de stad. Tien jaar geleden gebeurde hetzelfde met het metronetwerk en die digitale transformatie gebeurt nu met smart buildings, lichtsystemen, afvalverwerking, mobiliteit. De natuur is daarin achtergebleven, maar dat trekken we er nu bij.”

‘Ik denk dat het veel goeds gaat opleveren als we de natuur kunnen representeren in een digitale entiteit en daar een prijskaartje aan hangen.’

Mycorrhiza schimmel versus geen mycorrhiza schimmel in de bodem. Bron: Untamed Science

‘Het valt je misschien wel op dat er tijdens een storm altijd bomen omvallen in de stad, maar buiten de stad bijna niet. Dat is een bodemprobleem.’

Bodemvocht sensor van TreeMania. Bron: TreeMania.com

Waarom is dat, denk je?

“Mensen zijn nogal huiverig om natuur en technologie te verbinden. Natuur wordt gezien als iets wat wild is en getemd moet worden, terwijl we de stad juist goed willen beheren. Ik denk dat daar een mooie balans in te vinden is. Wat er nu gebeurt, is dat we de natuur de stad intrekken zonder dat we de omgeving creëren waarin dat goed gebeurt en waarin dieren en planten kunnen evolueren.”


“Dit probleem begint bij het fenomeen dat we de natuur terug willen brengen naar de stad. Dan ga je ervan uit dat de natuur ooit in de stad was, wat natuurlijk niet zo is. Eerst was er natuur, toen was er stadsontwikkeling. De twee gaan pas samen als we inzichtelijk krijgen hoe we voor stadsnatuur moeten zorgen, op zo’n manier dat zowel de mens als de natuur zich er prettig bij voelt en kan reproduceren. Ik denk dat we dat met technologie kunnen doen.”

Ik kan mij voorstellen dat het digitaliseren en kwantificeren van elk stukje groen een risico met zich meebrengt, dat we groen als kapitaal gaan zien. Hoe kijk jij daar tegenaan?

“Ik denk dat – en dit is heel controversieel in de ecologie – het veel goeds gaat opleveren als we de natuur kunnen representeren in een digitale entiteit en daar een prijskaartje aan hangen. We zijn nou eenmaal biologische wezens in een sociaal en kapitalistisch systeem, dat gaat niet snel veranderen. We geven groen al een waarde mee, dat zie je aan de huizenprijzen bij bijvoorbeeld het Vondelpark, maar het beheer is nog heel duur. Je stopt er veel in en dat komt niet terug als geld. Dat creëert een onzekerheid.”


“Stel nou dat je kunt meten hoeveel lucht een boom reinigt, hoeveel regenwater hij opneemt, hoeveel koelte hij creëert. Als je daar een prijskaartje aan hangt, kun je gemakkelijk de besparingen in beeld brengen door het groen te vergelijken met de kosten van het grijze alternatief voor een oplossing van die problemen. Met die data kun je bovendien ook gaan praten met verzekeringsmaatschappijen. De waarde van een boom op je erf kan gemakkelijk het risico overstijgen dat hij omvalt en schade veroorzaakt.”

Wat weer met de bodem te maken heeft, toch?

“Precies. Als je inzichtelijk hebt hoe (on)gezond een bodem is, kun je dat kwantificeren. Een boom in een gezonde bodem is veel meer waard, want er is minder kans dat hij omvalt. Het valt je misschien wel op dat er tijdens een storm altijd bomen omvallen in de stad, maar buiten de stad bijna niet. Dat is een bodemprobleem: het wortelsysteem heeft zich onvoldoende kunnen uitbreiden. Een storm is dan de laatste druppel. Je kunt het zelf zien rondom de Oude Kerk in Amsterdam, daar is in juni onder andere een zestig jaar oude boom omgewaaid. De stam staat er nog in een grond van bijna alleen maar zand.”


“We moeten groen gaan zien als elk ander soort infrastructuur, in plaats van alleen een esthetische waarde eraan te hangen. Ik snap dat dat lastig is te kwantificeren, want je hebt het niet over een gebouw van beton maar over een levend iets, maar we hebben al genoeg bewezen in de literatuur dat een gemiddelde boom van soort x en van leeftijd y talloze diensten levert. Natuurlijk is een boom méér dan dat, maar als we willen de natuur in ons huidige systeem gaat meedraaien, dan moeten we het wel op deze manier doen.”

Het slim beheren van stadsgroen vraagt afstemming tussen stadsplanning, Internet of Things-specialisten en groenbeheerders met praktische kennis van bodem, bomen en ecosystemen.

De nieuwste innovatie van TreeMania volgt voortdurend de activiteit van het microleven in het wortelgebied van de boom. Dit biedt mogelijkheden om tot actie over te gaan voordat de gezondheid van de boom achteruitgaat. Bron: TreeMania.com

‘De belangrijkste mensen in dit verhaal zijn niet de wetenschappers. Het zijn de mensen die in de grond bezig zijn.’

Wat kunnen we nu al doen om stad en natuur beter met elkaar te laten samenleven?

“We zijn de tijd van activisme voorbij. Mijn vak Ecological Engineering is opgegroeid. Er is veel werk. Als je bezig bent met stadsplanning en je weet niet hoe de onderliggende ecologische systemen in elkaar zitten, dan kun je wel de beste intenties hebben, maar dan overzie je niet wat voor consequenties er zijn. Genoeg voorbeelden. We werken met wereldsteden als Jakarta en Tokio, die hebben niet alleen last van stijgend water, maar van een zinkende ondergrond. Als je niet goed voor je bodem zorgt, heb je geen bodem om op te bouwen. Er zijn betere en completere modellen nodig.”


“Arboristen net zo, die zijn ontzettend inspirerend. Als bioloog kun je alles weten over hoe de cellen van bomen en planten werken, maar dat is theorie. Een arborist neemt die kennis en past het direct toe. Het zijn echt boomdokters. Ik denk dat een samenwerking met arboristen veel kan opleveren, want vaak kijken we maar naar tweederde van een boom, terwijl die laatste derde verstopt zit onder de grond.”


“De belangrijkste mensen in dit verhaal zijn niet de wetenschappers. Het zijn de mensen die in de grond bezig zijn, de ecologen, de arboristen, de groenbeheerders en vooral de mensen in de buurten die voor hun groen zorgen. Zij hebben de kennis in pacht en zij moeten met de problemen omgaan en de energie investeren om ons ecosysteem continu te verbeteren. Laten we ons dat vooral realiseren.”

Over Nadine Galle
Nadine Galle is onderzoeker op gebied van aardwetenschappen en ecologische engineering en medeontwikkelaar van #UrbanNatureAmsterdam, de eerste groene en blauwe kaart van onze hoofdstad. Ze richtte in 2018 Green City Watch op samen met Jim Groot en Chris van Diemen, een geoAI platform dat ambieert steden te vergroenen met behulp van remote sensing en satellietbeelden. Ze doet momenteel promotieonderzoek aan University College Dublin en later dit jaar ook bij het Massachusetts Institute of Technology (MIT).

Sensoren die het bodemvochtgehalte meten, werden in 2018 bij nieuw aangeplante bomen op de Groene Loper in Maastricht geplaatst. De groenbeheerder kreeg hierdoor via internet direct inzicht in de actuele waterbehoefte van de bomen. Als gevolg hiervan was er, ondanks de extreem droge zomer, geen uitval van de jonge aanplant.